Kabinet-Jetten: harde keuzes en blijvende VVD-profileringsdrift
Drie maanden na de beëdiging zakt het vertrouwen in kabinet-Jetten. Het regeerakkoord belooft veel, de cijfers en peilingen vallen tegen. De VVD profileert zich vanuit het kabinet scherper dan de premier.
Naoufal
26 mei 2026 · 5 min lezen
Van hoop naar schurende teleurstelling
Honderd dagen na de beëdiging stuurt premier Rob Jetten vanaf Aruba een verklaring de wereld in over de rellen rond een asielzoekerscentrum in Loosdrecht. Demonstranten gooien vuurwerk en fakkels naar de opvang. Een gebouw vat vlam. De Mobiele Eenheid grijpt in. Jetten noemt het geweld vanuit het Caribisch deel van het koninkrijk "ronduit schandalig" en reist door. Een paar dagen later zegt 80 procent van de Nederlanders in een peiling van EenVandaag dat ze het leiderschap van hun premier rond deze crisis onvoldoende vinden.
Het is een vreemd moment. Want pas zeven maanden geleden veroverde D66 de verkiezingen met een campagne over hoop en aanpakken. De partij sprong van negen naar zesentwintig zetels. Buitenlandse kranten vergeleken Jetten met Barack Obama. En nu staat datzelfde gezicht symbool voor een kabinet dat volgens Ipsos I&O na drie maanden door 64 procent van de Nederlanders als teleurstellend wordt gezien. Slechts 24 procent is tevreden. Het rapportcijfer voor Jetten zelf komt uit op een 4,3.
Hoe kon het zo snel zo schuren?
Een akkoord vol grote woorden
Op 30 januari 2026 presenteerden D66, VVD en CDA hun coalitieakkoord. Vijftig pagina's met de titel "Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland". De ambitie liet aan duidelijkheid niets te wensen over: honderdduizend nieuwe woningen per jaar, tien nieuwe steden, het land "van het stikstofslot" halen, en miljarden extra voor defensie en veiligheid.
Daar zit meteen het eerste probleem. Het Planbureau voor de Leefomgeving rekende het regeerakkoord door en concludeerde dat het kabinet zowel de Europese klimaatdoelen als zijn eigen stikstofdoelen niet haalt. Wat de Volkskrant kort samenvatte: het beleid schiet tekort. Voor een premier die zijn politieke loopbaan op klimaat- en energiedossiers bouwde, is dat geen kleine voetnoot.
De woningbouwambitie houdt ook geen stand. Het Reformatorisch Dagblad noemde de plannen "vrijwel zeker te ambitieus". Tien nieuwe steden? Het kabinet liet binnen weken via Elsevier Weekblad weten dat die er zeker niet gaan komen. Een verkiezingsbelofte die nog voor de eerste begroting al sneuvelde.
De VVD voert oppositie vanuit het kabinet
Wie kritisch kijkt naar de afgelopen maanden, ziet vooral één coalitiepartij actief profileren. En dat is niet D66 of CDA.
De VVD doet iets wat eigenlijk niet hoort. De partij stuurt vicepremier Dilan Yesilgöz en fractievoorzitter Ruben Brekelmans bewust tegen de premier in. Toen de Verenigde Staten en Israël Iran aanvielen, riepen Jetten en minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen tot terughoudendheid. Yesilgöz koos diezelfde dag een hardere lijn. Brekelmans vond in het openbaar dat de Europese reactie "steviger gekund" had. Trouw schreef er een column over: Jetten kan nauwelijks op tegen de VVD-profileringsdrift. Na een aanslag op een Joodse school in Amsterdam viel Brekelmans zijn eigen premier opnieuw publiek aan. Een "lakse houding", noemde hij dat. Bij WNL.
Zelfs de billboards bleven hangen. Het Erasmus Magazine merkte op dat de VVD ook na de formatie gewoon doorgaat met campagnevoeren langs de snelwegen. Een coalitiepartner die zich gedraagt als oppositie, terwijl Yesilgöz wel een dienstauto van het kabinet aanneemt.
Op haar eigen portefeuille is intussen ook genoeg aan te merken. De Algemene Rekenkamer constateerde in mei 2026 dat het ministerie van Defensie veel geld besteedt aan inkoopcontracten waarbij aanbestedingsprocedures worden omzeild, vaak zonder onderbouwing. Dat is geen detail. Dat is een hoofdtaak van een minister. En het komt boven op de affaire rond de Zr. Ms. Evertsen, waarbij Yesilgöz volgens GroenLinks-PvdA-leider Jesse Klaver in een Kamerdebat feiten over een defect kanon achterhield. "Plat gezegd gewoon bedonderd", zei Klaver.
De partij van Mark Rutte stond ooit voor degelijk bestuur. In het kabinet-Jetten staat ze vooral voor zichzelf.
De rekening landt bij wie het zich niet kan permitteren
Op 16 april 2026 verdedigde Jetten de Voorjaarsnota in de Tweede Kamer. Een vrijheidsbijdrage op inkomen. Een hogere AOW-leeftijd. Miljardeninvesteringen voor Defensie. En tegelijk: bezuinigen op de WW en structureel bijna een miljard euro schrappen op de zorg.
De cijfers vertellen het scherpste verhaal. Het Centraal Planbureau rekende uit dat een werknemer met een salaris tot 32.000 euro er volgend jaar nul procent koopkracht bij krijgt. De grootste koopkrachtwinst zit bij mensen die boven de 115.000 euro verdienen. Vakbond CNV deed er nog een schepje bovenop: in 2025 werd 11,6 miljard euro aan WW-premie betaald en slechts 6,5 miljard uitgekeerd. Bezuinigen op die uitkering, schrijft CNV, is "niet nodig".
De keuze om de AOW-leeftijd verder te verhogen leidde tot zoveel weerstand dat VVD-minister van Financiën Eelco Heinen al in april moest erkennen dat hij aan een alternatief werkt, omdat er "weinig draagvlak" is. Dat is een chique manier om te zeggen dat het idee politiek dood was voor het stevig de Kamer in werd geschoten.
Wie hoopte op een kabinet dat lasten eerlijk verdeelt, krijgt een kabinet dat de schouders ophaalt naar de modale werknemer en de bovenkant ontziet. En dat terwijl de inflatie door de oorlog in Iran weer oploopt en boodschappen, energie en brandstof harder duurder worden dan de lonen meegroeien.
Een crisis die te groot werd voor één vakantie
Loosdrecht was niet het eerste probleem en zal niet het laatste zijn. Maar het was wel het moment waarop iets knapte. Een eerder asielwetsvoorstel sneuvelde in de Eerste Kamer doordat een coalitiepartij tegenstemde. Dat is zelden gezien. Het kabinet had op het doorslaggevende moment zijn eigen achterban niet op één lijn. Toen even later de rellen losbarstten, zat Jetten in Aruba en kwam zijn reactie volgens deelnemers aan de EenVandaag-peiling "te laat en te weinig". Acht op de tien Nederlanders vonden zijn optreden onvoldoende. Driekwart van zijn eigen D66-kiezers gaf het kabinet inmiddels een wankel oordeel.
In een half jaar tijd kwam dit kabinet zes serieuze stresstests tegen. Een asielcrisis. Een oorlog in het Midden-Oosten met effect op de Nederlandse energieprijzen. Een aanslag op een Joodse school in Amsterdam. Vastlopende stikstofgesprekken met boeren en provincies. Een Voorjaarsnota die in de Kamer op brede weerstand stuitte. En rellen rond opvanglocaties. Het minderheidskabinet bezit op papier 66 zetels. Voor elk wetsvoorstel zijn er negen tot tien extra nodig. EenVandaag concludeerde wat veel Kamerleden privé al maanden zeggen: het kabinet loopt aan alle kanten vast.
Wat de kiezers eigenlijk wilden
Het Kiezersonderzoek van Ipsos I&O voor de NOS gaf vorig najaar al de richting aan. De drie grootste kopzorgen voor Nederlanders waren immigratie en asiel, wonen, en de zorg. Op alle drie deze dossiers staat het kabinet vier maanden na de beëdiging stil of achteruit.
Asiel? De druk loopt op en de aanpak verslijt zich tussen straat en Eerste Kamer. Wonen? De ambitieuze bouwopgave is al getemperd, terwijl betaalbare nieuwbouw nog steeds een vraagstuk is. Zorg? De Voorjaarsnota schrapt structureel bijna een miljard euro.
De kiezers stemden in oktober vooral op stabiliteit en daadkracht. Een derde van de D66-kiezers stemde bij de vorige verkiezingen op een rechtse partij. Ze wilden niet zozeer linksere politiek, ze wilden werkende politiek. Wat ze nu zien is een kabinet dat fragmenteert, een coalitiepartij die zichzelf belangrijker maakt dan de afspraak, en een premier die op het scherpste moment weken op Aruba zit.
De vraag is niet of dit kabinet zijn ambities haalt. De vraag is of het zelf de eindstreep van 2027 haalt. Voorlopig houdt Jetten vol dat compromissen tijd vragen. Maar tijd is precies wat een minderheidskabinet niet heeft. Zeker niet als één coalitiepartner de campagnemodus nooit heeft uitgezet.