Hoe de VVD het akkoord van Jetten en Bontenbal uitkleedde
Langs de snelweg verschenen begin dit jaar billboards van de VVD met een simpele boodschap. De hypotheekrenteaftrek blijft. Het was een overwinningsrondje, nog voordat het kabinet was beedigd. En het ...
Naoufal
28 mei 2026 · 5 min lezen
Langs de snelweg verschenen begin dit jaar billboards van de VVD met een simpele boodschap. De hypotheekrenteaftrek blijft. Het was een overwinningsrondje, nog voordat het kabinet was beedigd. En het verraadde precies hoe de formatie van 2025 was gelopen. Niet de grootste partij bepaalde de koers. Ook niet de twee partijen die de onderhandelingen waren begonnen. De partij die als vierde was geeindigd, met 22 zetels, drukte haar stempel het hardst.
Om te begrijpen waarom dat een probleem is, moeten we terug naar het najaar van 2025.
Twee winnaars die elkaar eerst opzochten
Op 29 oktober 2025 werd D66 met 26 zetels nipt de grootste partij, op gelijke hoogte met de PVV. De VVD bleef steken op 22 zetels, GroenLinks-PvdA haalde er 20 en het CDA 18. De echte verrassingen van die avond waren D66 en het CDA. De een won fors, de ander krabbelde op uit het diepste dal in zijn geschiedenis. Rob Jetten en Henri Bontenbal besloten daarom om eerst samen aan tafel te gaan, zonder de rest, om vaart te maken en vertrouwen te kweken.
Dat leverde iets ongewoons op. Op 2 december 2025 bood informateur Sybrand Buma een tussenverslag aan met de gezamenlijke agenda van D66 en CDA. Vijf grote onderwerpen: wonen, migratie, stikstof, defensie en de economie. Het was een stuk met richting. Er stond een steviger klimaatbeleid in, met rekeningrijden als sluitstuk. En er stond iets in waar economen al twintig jaar om vragen: een afbouw van de hypotheekrenteaftrek. Beide partijen hadden dat in hun verkiezingsprogramma staan. Buma noemde het verslag een uitnodiging aan anderen om aan te sluiten.
De VVD schoof aan en zette de schaar erin
Op 8 december bracht Buma zijn eindverslag uit, met als advies dat D66, CDA en VVD samen verder moesten praten. Vanaf dat moment veranderde de toon. "Yesilgoz wil de voorstellen van Jetten en Bontenbal naar rechts trekken", kopten de kranten op 9 december. Dat is precies wat er gebeurde.
De afbouw van de hypotheekrenteaftrek ging van tafel. Het rekeningrijden verdween. Het klimaatbeleid werd afgezwakt en de nationale CO2-heffing voor de industrie werd geschrapt. De expatregeling bleef ongemoeid. Een belasting op grote vermogens, een wens van D66, haalde het akkoord niet. Stuk voor stuk punten die rechtstreeks uit het verkiezingsprogramma van de VVD kwamen.
Het oordeel van de eigen achterban van de coalitie liegt er niet om. Uit onderzoek van EenVandaag bleek dat 47 procent van de D66-kiezers en 31 procent van de CDA-kiezers vond dat de VVD het meeste had binnengehaald. Politiek verslaggevers spraken over een akkoord waar de scherpe kanten van de plannen van Jetten en Bontenbal vanaf waren gehaald. Jesse Klaver noemde het zelfs een fundamentele koerswijziging.
De hypotheekrenteaftrek, het duurste heilige huisje
Nergens is de economische schade zo goed te zien als bij die hypotheekrenteaftrek. Economen zijn het er al jaren over eens. De regeling jaagt de huizenprijzen op, want wie meer mag aftrekken kan meer bieden. Ze bevoordeelt vooral hogere inkomens en mensen die al een huis bezitten, ten koste van huurders en starters. Het Centraal Planbureau rekende voor dat afbouw de prijzen dempt en de woningmarkt gezonder maakt. In Denemarken leidde zo'n aftrek niet tot meer huizenbezit, maar vooral tot duurdere huizen.
Juist de VVD profileert zich graag als de partij van gezond economisch verstand. Maar op haar eigen kroonjuweel koos ze voor het verdedigen van een regeling die volgens vrijwel elke econoom de woningmarkt scheeftrekt. D66 en CDA wilden daarom voorzichtig afbouwen. De VVD hield voet bij stuk en presenteerde dat na afloop als een overwinning, compleet met die billboards.
Het venijn kwam pas later. De doorrekening van het Centraal Planbureau liet zien dat de aftrek door andere belastingmaatregelen juist ruimer werd, met 281 miljoen euro. Huiseigenaren konden straks meer aftrekken dan nu. Het werd zo gek dat coalitiepartijen CDA en D66 op 12 mei 2026 voor een oppositiemotie stemden om die verruiming terug te draaien, terwijl de VVD tegen was. De coalitie was het oneens over haar eigen paradepaardje.
De rekening ligt bij wie geen huis erft
Tegenover dat goed beschermde huizenbezit stond een flinke ingreep in de sociale zekerheid. De WW gaat van 24 naar 12 maanden. Het eigen risico stijgt naar 460 euro. Het maximumdagloon zakt met 20 procent, waardoor uitkeringen bij ziekte en werkloosheid lager uitvallen. De AOW-leeftijd schuift door naar 68 jaar. En burgers en bedrijven gaan een vrijheidsbijdrage betalen om de hogere defensie-uitgaven te dekken.
Tel het op en er ontstaat een helder beeld. Wie een eigen woning heeft, houdt zijn fiscale voordeel. Wie ziek wordt, werkloos raakt of een smalle beurs heeft, levert in. Dat is geen natuurwet. Het is een keuze. En het is de keuze waar de VVD al jaren om bekendstaat.
De meerderheid die nooit kwam
Hier komt het pijnlijkste deel. Een stabiel meerderheidskabinet lag binnen handbereik. D66, CDA, GroenLinks-PvdA en de VVD hadden samen 86 van de 150 zetels. Een ruime, werkbare meerderheid in de Tweede Kamer. Maar de VVD sloot samenwerking met GroenLinks-PvdA categorisch uit. Daarmee blokkeerde ze de enige voor de hand liggende route naar een stabiel kabinet.
Een centrumlinkse variant zonder de VVD was rekenkundig veel lastiger. D66, CDA en GroenLinks-PvdA kwamen samen op 64 zetels. Om aan een meerderheid van 76 te komen waren daar nog meerdere kleinere partijen bij nodig, van de ChristenUnie en Volt tot de SP en de Partij voor de Dieren. Een coalitie van zes of zeven partijen, breed en wankel, maar inhoudelijk wel dichter bij de oorspronkelijke agenda van Jetten en Bontenbal.
In beide scenario's was de VVD de blokkade. Ze kon meedoen in een brede meerderheid, maar dan moest links erbij. Of ze kon opzijstappen en een centrumlinks kabinet de ruimte geven. Ze koos geen van beide. Ze koos voor een smal akkoord op haar eigen voorwaarden, in een kabinet zonder enige meerderheid.
Een kabinet dat voor elk plan moet bedelen
De uitkomst is een minderheidskabinet met 66 zetels, een grote zeldzaamheid in Den Haag. Tien zetels te weinig. Het werd op 23 februari 2026 beedigd, en sindsdien strompelt het van dossier naar dossier. De aangekondigde miljardenbezuinigingen wankelen, omdat een stabiele meerderheid in de Kamer ontbreekt. Het vertrouwen in het kabinet is volgens onderzoeksbureau Ipsos lager dan onder het vorige kabinet-Schoof. Werkgevers van VNO-NCW en de vakbonden zijn allebei boos. Een asielwet sneuvelde in de Eerste Kamer, mede door een tegenstem van coalitiepartij D66 zelf.
Jesse Klaver, inmiddels leider van Progressief Nederland, de nieuwe naam van GroenLinks-PvdA, vat de impasse droog samen. Zijn partij vraagt het kabinet steeds hetzelfde: wat is jullie plan, en met wie willen jullie zaken doen? Een antwoord blijft uit. Hij noemt het een gevaar voor Nederland, omdat een land in crisis een regering nodig heeft die kan handelen. De eerste echte test komt na de zomer, als er een begroting moet liggen die een meerderheid haalt.
Wat had gekund
Het meest wrange zit in het begin van dit verhaal. D66 en CDA hadden laten zien dat het anders kon. Een inhoudelijk akkoord met scherpe keuzes, een uitnodiging aan anderen en het lef om een heilig huisje als de hypotheekrenteaftrek aan te raken. Toen kwam de VVD. Ze redde haar aftrek, sleep de scherpe kanten van de plannen af en hield de ene partij buiten die een stabiele meerderheid mogelijk maakte.
De billboards zijn weg. De rekening komt nog.