Geboren op de Zwaluwenberg: Het Nieuwe Spel van Jetten, Yeşilgöz en Bontenbal
Op vrijdag 9 januari 2026 werd op landgoed De Zwaluwenberg een keuze gemaakt die de Nederlandse bestuurscultuur zichtbaar verandert. D66, VVD en CDA besloten samen een minderheidskabinet te vormen. Me...
Naoufal
11 januari 2026 · 5 min lezen
Op vrijdag 9 januari 2026 werd op landgoed De Zwaluwenberg een keuze gemaakt die de Nederlandse bestuurscultuur zichtbaar verandert. D66, VVD en CDA besloten samen een minderheidskabinet te vormen. Met 66 zetels in de Tweede Kamer en een fors tekort in de Eerste Kamer stappen zij in een politiek experiment dat Nederland sinds 1939 nauwelijks heeft gekend. Deze keuze is geen noodgreep, maar een bewuste breuk met het idee dat stabiliteit alleen mogelijk is via dichtgetimmerde meerderheidscoalities.
Hoe dit kabinet tot stand kwam
De formatie na de verkiezingen van 2025 liet een bekend patroon zien: een sterk versnipperde Kamer en flanken die hun positie behielden. De VVD zette aanvankelijk in op een centrumrechtse meerderheid met JA21. Dat zou numeriek logisch zijn geweest, maar inhoudelijk bleek het een doodlopende weg.
Voor D66 en CDA lagen de bezwaren diep. Niet vanwege rekensommen, maar vanwege richting. Klimaat, stikstof en rechtsstatelijkheid zouden in zo’n combinatie voortdurend onder druk staan. Rob Jetten trok hier een duidelijke lijn. Een kabinet met JA21 zou volgens hem vanaf dag één een vechtkabinet zijn, kwetsbaar en inhoudelijk stuurloos.
Die blokkade dwong de VVD tot een fundamentele keuze. Of vasthouden aan een wankele rechtse variant, of kiezen voor een minderheidskabinet waarin het politieke midden de toon zet. In de gesprekken op De Zwaluwenberg, onder leiding van informateur Rianne Letschert, werd dat laatste scenario realiteit. Niet door eindeloze onderhandelingen over dichtgeregelde afspraken, maar door vertrouwen en heldere spelregels centraal te stellen.
Henri Bontenbal noemde dit terecht een nieuwe politieke realiteit. Voor D66 betekent het dat de groene en progressieve agenda overeind blijft, zonder zich los te zingen van economische degelijkheid en bestuurlijke ervaring.
De terugkeer van het dualisme
Het minderheidskabinet raakt aan een oude, maar vaak verwaarloosde kern van de parlementaire democratie: het dualisme. Jarenlang werden regeerakkoorden steeds dikker en gedetailleerder. Kamerleden van coalitiepartijen waren gebonden aan afspraken waar zij nauwelijks invloed op hadden.
In deze constructie werkt dat niet meer. Het kabinet zal per onderwerp steun moeten zoeken. Dat dwingt tot inhoudelijk debat en echte afwegingen in de Kamer. Wisselende meerderheden worden geen probleem, maar het uitgangspunt.
Voor middenpartijen biedt dit ruimte. D66 kan zich blijven profileren op onderwijs en klimaat, zonder automatisch verantwoordelijk te zijn voor elk streng migratievoorstel dat de VVD met rechtse steun doorvoert. Tegelijk worden extremen niet uitgesloten, maar uitgedaagd om verantwoordelijkheid te nemen in plaats van vanaf de zijlijn te roepen.
Wonen, natuur en klimaat
Ondanks het ontbreken van een meerderheid ligt er een duidelijke inhoudelijke koers. Vooral op wonen, natuur en klimaat is de gezamenlijke basis van D66 en CDA sterk, met de VVD als pragmatische partner.
De woningcrisis is topprioriteit. Het doel is 100.000 woningen per jaar. Dat vraagt om stevige regie van de overheid. Procedures worden versneld, bezwaartrajecten ingekort en standaardisatie krijgt een centrale rol. Nieuwbouw moet niet alleen snel, maar ook betaalbaar zijn. Daarom blijft de eis overeind dat een aanzienlijk deel bestaat uit sociale huur en betaalbare koop.
In het stikstofdossier kiest het kabinet voor juridische houdbaarheid en ecologisch herstel. De doelen voor 2035 blijven staan, met ruimte om te zoeken naar betere meetmethoden zolang de uitstoot daadwerkelijk omlaag gaat. De nadruk ligt op een gebiedsgerichte aanpak en perspectief voor boeren, in plaats van steeds nieuwe tijdelijke lapmiddelen.
Ook op klimaat en energie wordt de lijn voortgezet. Investeringen in wind op zee, netverzwaring en slimme inpassing van duurzame energie moeten voorkomen dat ambities vastlopen op praktische beperkingen.
Economie en financiën
De grootste spanning zit in de financiële koers. Hier botsen twee visies. De VVD hamert op discipline en waarschuwt voor het doorschuiven van kosten naar toekomstige generaties. D66 en CDA benadrukken dat zonder investeringen in onderwijs, innovatie en infrastructuur de economie op termijn juist verzwakt.
Het compromis is een tweesporenbeleid. De lopende uitgaven blijven strak onder controle, terwijl voor grote transities gebruik wordt gemaakt van investeringsfondsen en Europese ruimte. Onderwijs en klimaat worden nadrukkelijk gezien als investeringen in toekomstig verdienvermogen, niet als gewone kostenposten.
Asiel en migratie
Migratie is het dossier waar de verschillen het scherpst zijn. De VVD wil zichtbare grip, D66 bewaakt de rechtsstaat en internationale verplichtingen. Het beleid zoekt een kwetsbaar evenwicht.
Het kabinet committeert zich volledig aan het Europese migratiepact. Structurele opvangcapaciteit moet een einde maken aan crisismanagement en mensonwaardige situaties. Tegelijk worden integratie-eisen aangescherpt, vanuit het idee dat meedoen en zelfredzaamheid essentieel zijn voor echte vrijheid.
Voor strengere maatregelen zal steun rechts gezocht moeten worden. D66 zal daarbij duidelijke grenzen stellen waar mensenrechten in het geding komen. Dit dossier wordt de belangrijkste test voor de onderlinge chemie.
De mensen achter het kabinet
In een minderheidskabinet telt persoonlijk leiderschap zwaarder dan ooit. Rob Jetten heeft zich bewezen als strategisch anker van het midden. Zijn uitdaging is om bruggen te slaan zonder zijn koers te verliezen.
Dilan Yeşilgöz opereert onder hoge druk. Zonder rechtse meerderheid moet zij laten zien dat de VVD ook vanuit het midden herkenbaar beleid kan leveren. Henri Bontenbal fungeert als moreel en inhoudelijk verbindende factor, met oog voor klimaat én gemeenschapszin.
Ook nieuwe gezichten spelen een rol. Vincent Karremans staat symbool voor een modern liberalisme dat ondernemerschap combineert met innovatie en vernieuwing.
Risico’s en kansen
De kwetsbaarheid van dit kabinet is evident. In de Eerste Kamer zijn meerderheden schaars en elk incident kan grote gevolgen hebben. Tegelijk biedt deze vorm kansen die in jaren niet zijn benut.
Door samenwerking over coalitiegrenzen heen kan het debat minder gepolariseerd worden. Wetten die brede steun krijgen, zijn vaak beter doordacht en duurzamer. Meningsverschillen zijn geen crisis, maar onderdeel van het systeem.
Conclusie
Het minderheidskabinet van D66, VVD en CDA is een risico, maar wel een risico met richting. Het doorbreekt een vastgelopen bestuurscultuur en zet het parlement weer centraal. In een versplinterd landschap is dit geen makkelijke weg, maar mogelijk wel de meest volwassen.
Als dit kabinet slaagt, wordt het niet herinnerd om zijn zeteltal, maar om de manier waarop het politiek bedrijven opnieuw vormgaf. Niet in achterkamers, maar zichtbaar, inhoudelijk en met ruimte voor verschil. Dat is geen eenvoudige belofte, maar wel een hoopvolle.